Nieuwsbericht | 22/02/2022

Nieuwsbericht | 16/02/2022

Nieuwsbericht | 05/02/2022

Nieuwsbericht | 04/02/2022

Nieuwsbericht | 03/02/2022

Nieuwsbericht 27/01/2022

Nieuwsbericht | 14/01/2022

Nieuwsbericht | 15/02/2022

Het college van B en W scherpt de energie-eisen voor nieuwbouwwoningen aan. Door het instellen van deze eisen worden in Amsterdam woningen gebouwd die klaar zijn voor de klimaatneutrale toekomst. De gemeente Amsterdam loopt daarmee landelijk voorop voor wat betreft duurzaamheidseisen. De eisen zijn tot stand gekomen in een uitgebreid voorbereidingsproces met vertegenwoordigers van ontwikkelende en bouwende partijen, woningcorporaties en projectontwikkelaars. Dit heeft tot een aantal aanpassingen in de zogenaamde BENG-eisen voor Amsterdam geleid.  Voor de woningcorporaties wil het college een compensatie instellen om te zorgen dat naast investeringen in de nieuwbouw de verduurzaming in de bestaande sociale woningvoorraad door gaat.


Wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid): “Een hoog comfort en een lage energierekening: dat is hoe wij huizen willen bouwen in Amsterdam. Door nu de lat hoog te leggen voorkomen we dat nieuwbouwwoningen gerenoveerd moeten worden om alsnog de klimaatambities van de stad en van Nederland te halen.”


Woningen die voldoen aan de eisen zijn uitstekend geïsoleerd en zullen vaak voorzien zijn van driedubbel glas. Ze maken gebruik van zoveel mogelijk duurzame warmte en hebben zonnepanelen op het dak. Amsterdam heeft een lange geschiedenis op het gebied van aangescherpte energie-eisen. Duurzame bouwers in de stad bouwen al enkele jaren met deze eisen. Ze werden daartoe uitgedaagd door de gemeente in tenders en laten zien dat het kan.


Het college heeft de aangescherpte eisen aan de gemeenteraad voorgelegd en zij zal binnenkort het voorstel bespreken. Een belangrijke voorwaarde is vervolgens dat de door het Rijk vastgestelde Omgevingswet in werking treedt. Op dat moment kan de gemeente aangescherpte energie-eisen opnemen in het Omgevingsplan. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. Het streven is dat de aangescherpte eisen ingaan per 1 januari 2023.

Door de aanstaande wijziging in het woningwaarderingsstelsel (WWS) wordt het moeilijker om (kleine) woningen boven de liberalisatiegrens (vrije sector) te krijgen. De wijziging in het WWS zou eigenlijk per 01-01-2022 ingaan maar dit is uitgesteld tot het voorjaar van 2022. Het voorstel ligt nu voor advies bij de Raad van State.

 

Wat gaat er veranderen:


Door de aanpassing in het WWS (huurpuntentelling) mag het aantal WOZ-punten maximaal 33% van het totaal aantal punten zijn. Dit komt neer dat de woning dan minimaal 97 basispunten nodig heeft bij een (huidige) liberalisatiegrens van 145 punten indien de WOZ-punten minimaal 48 zijn. Dit geldt voor woningen die geen rijksmonument of geen (rijks)beschermd stadsgezicht zijn. Rijksmonumenten krijgen een toeslag van 50 punten en het beschermd stadsgezicht kan in aanmerking kom voor een toeslag van 15% in het WWS.


Gevolgen splitsen:


Als je een pand van voor 1940 in (een groot gedeelte van) Amsterdam wilt splitsen in appartementsrechten dan is daarvoor een splitsingsvergunning vereist. Aan de vergunning zijn allerlei voorwaarden verbonden en één van die voorwaarden is dat alle woningen die zich in het pand bevinden boven de liberalisatiegrens moeten vallen. Door de aanstaande wijziging in het WWS wordt het dus moeilijker om panden te splitsen en in sommige gevallen zelfs onmogelijk.


Dus mocht u overwegen om uw pand te splitsen dan is dat nu het moment!

Bestaande koopwoningen waren in januari dit jaar gemiddeld 21,1 procent duurder dan een jaar eerder. Dat is de grootste prijsstijging sinds de start van de statistiek in 1995. Dit blijkt uit onderzoek naar de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het CBS en het Kadaster. In Amsterdam was sprake van een prijsstijging van 11,5 procent.


In juni 2013 bereikten de prijzen van koopwoningen een dieptepunt. Sindsdien is er sprake van een stijgende trend. Vergeleken met het dal in juni van dat jaar waren de prijzen in januari 2022 bijna 91 procent hoger.


In 2021 was de gemiddelde prijs van een bestaande koopwoning 387.000 euro. In Blaricum werd het meest betaald voor een koopwoning, gemiddeld 1 miljoen euro. In Amstelveen lag de gemiddelde prijs op 625.000 euro. In Amsterdam steeg de gemiddelde transactieprijs naar 570.000 euro. Voor een koopwoning in de gemeente Pekela werd gemiddeld het minst betaald: 200.000 euro.

De gemiddelde transactieprijs van een bestaande koopwoning is op jaarbasis de hoogst gemeten prijs sinds het begin van de meting in 1995. Vergeleken met 2020 was de gemiddelde prijs 52.000 euro hoger. Voor Amsterdam komt het CBS op een gemiddelde prijsstijging van 59.000 euro.

Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft een voorstel ingediend om eigenaren van leegstaande woningen te bewegen hun panden zo snel mogelijk te laten bewonen en doet daartoe een beroep op de landelijke Crisis- en Herstelwet. Daarmee wil Amsterdam het aantal langdurig leegstaande woningen terugdringen en tegelijkertijd de woningnood verminderen. Het plan behelst onder meer verplichtingen om huizen sneller bewoonbaar te maken, tijdelijke verhuur toe te staan en eerder het overleg met de gemeente aan te gaan, evenals het opleggen van boetes bij overtredingen.


Wedemeijer: “Niet uit te leggen waarom woningen leeg staan in wooncrisis”


4 tot 6 procent van de Amsterdamse woningen staat langdurig leeg, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Dat strookt niet met de realiteit van de krappe woningmarkt.“We zitten in een wooncrisis en het is niet uit te leggen dat woningen onnodig leeg staan omdat bijvoorbeeld de huren te hoog zijn of omdat eigenaren te lang wachten met verbouwingen of renovaties”, legt wethouder Jakob Wedemeijer uit. “Met deze aanscherping kunnen we eigenaren dwingen om woningen te verhuren voor een marktconforme huurprijs, want als er geen vraag is naar dure huurwoningen moet de huurprijs gewoon omlaag.”


Maatregelen


Amsterdam heeft eerder al verplicht gesteld dat woningeigenaren drie maanden na melding van leegstand in overleg moeten met de gemeente. Die termijn wordt in het nieuwe plan teruggebracht tot twee maanden. Daarnaast wil de gemeente eigenaren ook kunnen verplichten om hun huis binnen een bepaalde periode weer bewoonbaar te maken. Die termijn moet nog worden vastgesteld. Is het niet mogelijk om de woning binnen korte tijd bewoonbaar te maken, dan moeten eigenaren kunnen worden verplicht om een vergunning aan te vragen voor tijdelijke verhuur. Zo staan de woningen in de tussentijd niet leeg. Bij overtreding van deze maatregelen, kan de gemeente een boete opleggen.

Ter versterking van de ingezette aanpak om lood in drinkwater te bestrijden, heeft het kabinet besloten een verbod op loden leidingen in te gaan voeren specifiek voor kindlocaties en huurwoningen. Dit volgt op eerder advies van de Gezondheidsraad waarin geconstateerd is dat de schadelijkheid van lood in water voor baby’s en kinderen, maar ook voor volwassenen groter is dan gedacht.


Minister De Jonge: 'Schoon drinkwater is essentieel. Daarom heeft het kabinet besloten tot een verbod op loden leidingen op locaties waar kinderen en huurders afhankelijk zijn van gebouweigenaren, die niet altijd actie ondernemen. Dit zorgt voor een stok achter de deur om deze leidingen te verwijderen bij onder andere huurwoningen, basisscholen en kinderdagopvang.‘


Er zal geen generiek verbod worden opgelegd in de bestaande bouw. Het kabinet vindt dat eigenaren en bewoners daarin ook een eigen verantwoordelijkheid hebben of en wanneer ze nog aanwezige loden leidingen willen laten verwijderen en hoe zij in schoon drinkwater voorzien. Wel worden eigenaren en bewoners goed geïnformeerd over de risico’s, nadrukkelijk ook op het moment van aankoop.

 

De komende periode wordt het verbod voor kindlocaties en huurwoningen verder uitgewerkt. Het verbod zal worden opgenomen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. De precieze ingangsdatum moet nog worden vastgesteld. 

Dat het aantal woningwaarderingspunten dat de WOZ-waarde van een woning scoort wordt gemaximeerd staat al geruime tijd (vrijwel) vast. Maar wanneer de regeling wordt ingevoerd is al langere tijd onduidelijk. Eerder schreven we daar al over. De afgelopen maanden ging menigeen ervan uit dat de invoering op 1 januari 2022 een feit zou zijn. Maar het wachten was op het advies van de Raad van State. Dat advies kwam op 15 december 2021 (maar is helaas (nog) niet openbaar gemaakt). De website van het Ministerie van BZK meldt op dit moment dat de regeling ‘naar verwachting in werking treedt in het voorjaar van 2022’. Echter op de website van de huurcommissie staat in een persbericht van 28 december 2021 dat het kabinet de maatregel op 1 februari 2022 invoert. Vooruitlopend daarop heeft de huurcommissie zijn huurprijscheck alvast aangepast. Waar de huurcommissie deze wijsheid vandaan heeft is niet duidelijk, want de maatregel is nog steeds niet in de Staatscourant gepubliceerd. Pas na publicatie weten we waar we aan toe zijn.

Steden in regio Amsterdam komen met een opkoopbescherming


Belegger wordt voet dwars gezet


Meerdere steden in de regio Amsterdam komen met een opkoopbescherming om te voorkomen dat beleggers woningen ‘wegkapen’ voor starters. Haarlem heeft per 1 februari 2022 de primeur. Amsterdam rekt de voorwaarden tot het uiterste op: voor alle koopwoningen tot 512.000 euro WOZ-waarde geldt straks na aankoop een verhuurverbod.


De opkoopbescherming is een nieuwe regeling in de Huisvestingswet die per 1 januari 2022 in werking treedt. De maatregel geeft gemeenten de mogelijkheid een verhuurverbod voor bestaande goedkope en middeldure koopwoningen in bepaalde gebieden in te voeren. De opkoopbescherming moet ervoor zorgen dat deze woningen beschikbaar blijven voor kopers die op zoek zijn naar een eigen woning. De Amsterdamse wethouder Jakob Wedemeijer (Wonen): “Het is onacceptabel dat mensen die op zoek zijn naar een woning worden afgetroefd door beleggers die woningen opkopen om ze tegen torenhoge prijzen te verhuren.”


Amsterdam was begin november de eerste gemeente die uitgewerkte plannen naar buiten bracht. Veel andere grote gemeenten willen een vergelijkbare barrière voor beleggers opwerpen. Dat zijn niet alleen de andere G4-steden (Rotterdam, Utrecht en Den Haag), maar ook kleinere steden. In de Amsterdamse regio zijn dat ieder geval Haarlem, Almere, Amstelveen en - wellicht op termijn - Zaanstad.

Mogelijk is er een zwaan-kleef-aan effect, want gemeenten die niet meedoen moeten vrezen voor een waterbedeffect. Wat hen kan weerhouden zijn de invoeringskosten. Die zijn zeker voor kleinere gemeenten relatief hoog. Zaanstad bijvoorbeeld schat de totale implementatiekosten op circa 100.000 euro. Zo is er onderzoek nodig om de noodzaak van een opkoopbescherming te onderbouwen, een juridisch traject om de maatregel op te nemen in de huisvestingsverordening, en de bouw van een digitaal portaal om een verhuurvergunning aan te vragen. Dan is er na implementatie ook handhaving nodig, anders wordt de verordening snel een dode letter.


Inbreuk op eigendomsrecht


“Gemeenten moeten wel kunnen onderbouwen wat de noodzaak is van dit zware instrument”, waarschuwt woonbeleidspecialist Thierry Wever van RIGO. “Het moet allemaal juridisch houdbaar blijken. Je breekt in op het eigendomsrecht. Je moet aannemelijk maken dat er onevenwichtige en onrechtvaardige effecten optreden voor de doelgroep van goedkope en middeldure koopwoningen. Een nieuw aspect is dat je ook negatieve gevolgen voor de leefbaarheid mag inbrengen in de onderbouwing. De wetgever zegt bovendien dat je het zoveel mogelijk gebiedsgericht moet doen.”

Wever is betrokken bij de modelverordening en handreiking die de VNG aan het ontwikkelen is voor de nieuwe regeling.


Waterbedeffect


Steden blijken dat ‘gebiedsgericht’ ruim in te vullen. Behalve Amsterdam heeft ook Haarlem aangekondigd dat het verhuurverbod in de hele stad wordt ingevoerd; Rotterdam doet dat in zestien wijken. Rotterdam wil direct per 1 januari 2022 starten.

Dat wilde Haarlem ook, maar de implementatie blijkt meer tijd te kosten. De regeling start nu op 1 februari. Het afgelopen jaar is onderzoek gedaan naar de invloed van beleggers op de woningmarkt. De conclusie is dat koopstarters in Haarlem inderdaad minder aan de bak komen omdat investeerders meer en meer woningen kopen. Senior beleidsadviseur Philomeen Hillege: “Uit Kadastergegevens blijkt dat van 2018 tot en met 2020 10 procent van het vrijkomende aanbod van eigenaar-bewoners is aangekocht door investeerders. Van 2009-2013 was dat nog 4 procent. Hierbij valt op dat koopstarters en investeerders veelal dezelfde soort woningen kopen, al kopen investeerders gemiddeld iets kleinere en goedkopere woningen.” De percentages verschillen echter sterk per wijk. In de Oude Stad gaat al 20 procent van het aanbod naar investeerders. Haarlem vreest een waterbedeffect als het verhuurverbod niet in de hele stad wordt ingevoerd. Hillege: “Het is het hele complex. De kansen van koopstarters nemen af, er is prijsopdrijving, terwijl ook de huurprijzen blijven stijgen en er problemen ontstaan op het gebied van leefbaarheid.”


Het moet allemaal wel juridisch houdbaar blijken. Je breekt in op het eigendomsrecht.


Ook Amsterdam wil een verhuurverbod voor de hele stad. Dit om te voorkomen dat beleggers zich steeds op andere wijken gaan richten. Het beleidsvoorstel motiveert deze keuze zo: “Door de verschillen in huizenprijzen (...) zal de regeling per gebied anders uitpakken en ontstaat er als het ware een wijkgerichte aanpak. Aan de ene kant worden de wijken waar beleggers het meest actief zijn beschermd. Aan de andere kant worden ook de goedkope en middeldure koopwoningen in de wijken waar relatief minder beleggers actief zijn behouden voor eigenaar-bewoners. Een waterbedeffect wordt daarmee voorkomen.”

Peter Boelhouwer, hoogleraar Housing systems bij de TU Delft, betwijfelt of een opkoopbescherming voor de hele stad juridisch houdbaar is. “Dat is in ieder geval niet door de wetgever als zodanig bedoeld.”


Waar ligt de grens?


De wetgever heeft gemeenten niet alleen de ruimte gegeven om - onderbouwd -  gebieden vast te stellen waar de zelfwoonplicht gaat gelden, maar ook om zelf een bovengrens te bepalen van de te beschermen ‘goedkope en middeldure’ woningen. Hier maken gemeenten hun eigen keuze. Rotterdam kiest voor de NHG-grens van 355.000 euro (prijspeil 2022, NHG staat voor Nationale Hypotheek Garantie), terwijl Haarlem daar met 389.000 euro enkele tienduizenden euro’s boven gaat zitten. Amsterdam koerst zelfs af op een bovengrens van ruim een half miljoen euro. Anders heeft de maatregel geen zin, is de argumentatie. De gemiddelde WOZ-waarde van woningen van eigenaar-bewoners lag in 2020 al op 542.450 euro. Met de gekozen grenswaarde van 512.000 euro geldt het verhuurverbod straks voor 60 procent van de koopwoningen.

Haarlem zet alles op alles om de verordening per 1 januari 2022 in te voeren. Amsterdam bespreekt het voorstel komende februari in de gemeenteraad. Een invoeringsdatum is nog niet genoemd.

Anderhalve maand geleden besliste de Hoge Raad, in antwoord op door de kantonrechter te Roermond gestelde prejudiciële vragen, dat huurders en verhuurders van horeca- en winkelbedrijfsruimte de pijn van de gevolgen van de coronamaatregelen moeten delen. In veel gevallen leidt dat tot (tijdelijke) huurvermindering. Toch zijn er nog steeds retailers en horecaondernemers die de uitspraak niet kennen. Ook is er een groep huurders en vastgoedeigenaren, die de uitspraak wel kennen, maar niet weten wat dat voor hen betekent.

In deze bijdrage staatadvocaat vastgoedrecht Dirk van den Bergstil bij de praktische uitwerking van de Hoge Raad-uitspraak.


Geen gebrek, wel onvoorziene omstandigheden
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de overheidsmaatregelen, die in het belang van de volksgezondheid de exploitatiemogelijkheden van 290-bedrijfsruimten hebben beperkt, niet zijn aan te merken als een gebrek – waarvan de gevolgen doorgaans in de huurovereenkomst zijn geregeld – maar als onvoorziene omstandigheden die niet voor rekening van de huurder komen. Een huurder die voor zijn omzet afhankelijk is van de komst van publiek, en als gevolg van de coronamaatregelen een gehuurde 290-bedrijfsruimte niet of slechts in geringe mate heeft kunnen exploiteren, kan op grond van onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW vermindering van de huurprijs verkrijgen als de huurovereenkomst vóór 15 maart 2020 is gesloten.


Verdeling van de pijn
Omdat de actie van de huurder is gebaseerd op omstandigheden die partijen bij het sluiten van de overeenkomst niet voor ogen hebben gehad, wordt de overeenkomst als het ware opengebroken om de verstoring van de waardeverhouding tussen de prestaties van beide partijen te herstellen. Tussen partijen overeengekomen uitsluitingen van huurvermindering worden daardoor buiten werking gesteld. De Hoge Raad heeft bepaald dat het benodigde herstel het beste kan plaatsvinden door het nadeel van de huurder –voor zover niet reeds gecompenseerd door de TVL – 50/50 te verdelen over de verhuurder en de huurder door het tijdelijk verlagen van de huurprijs.


Reparatie via vastelastenmethode -in principe per maand
De Hoge Raad heeft voor de herstelwijze van het nadeel aangesloten bij de door het Gerechtshof Amsterdam in het arrest van 14 september 2021 gehanteerde ‘vastelastenmethode’. Deze methode is ook door Advocaat-Generaal (“A-G”) Wissink geadviseerd in zijn conclusie van 30 september 2021. De Hoge Raad geeft er de voorkeur aan de huurprijsvermindering te berekenen per termijn waarover de huurprijs is verschuldigd, in veel gevallen dus per maand. De door de Hoge Raad aangegeven methode werkt als volgt:

    1    Bepaal het percentage van de overeengekomen huurprijs ten opzichte van het totaalbedrag aan vaste lasten.

N.B. Welke vaste lasten in aanmerking moeten worden genomen wordt door de Hoge Raad niettoegelicht. Volgens de toelichting bij de TVL-regeling uit 2020 worden de volgende posten gezien als vaste lasten: de afschrijvingen op vaste activa en de overige bedrijfskosten. Onder de afschrijvingen op vaste activa valt de waardevermindering van duurzame productiemiddelen, zoals machines, gebouwen, vervoermiddelen en software als gevolgvan normale slijtage en voorzienbare economische veroudering. Onder de overige bedrijfskosten vallen de bedrijfskosten die geen betrekking hebben op de inkoopwaarde van de omzet, de arbeidskosten en de afschrijvingen op vaste activa. Voor de berekening per maand worden de jaarbedragen door twaalf gedeeld. Het is mijn verwachting dat bij deze definitie wordt aangesloten in rechtspraak.

    2    Verminder de overeengekomen huurprijs met het onder 1 gevonden percentage van de TVL waarop de huurder aanspraak kan maken.

N.B. Het gaat dus niet om de daadwerkelijk ontvangen TVL, maar om de TVL die de huurder op  grond van de regelgeving kon verkrijgen.

    3    Bereken het percentage van de omzetvermindering door de omzet in de periode waarover de huurprijsvermindering berekend wordt (hierna: de lagere omzet) te vergelijken met de omzet in hetzelfde tijdvak voorafgaand aan de coronapandemie (hierna: de referentieomzet) volgens de formule: percentage omzetvermindering = 100% – (100% x (de lagere omzet : de referentieomzet)).

N.B. De periode waarmee wordt vergeleken zal in principe dezelfde periode in het tijdvak maart  2019 t/m februari 2020 zijn.

    4    Het tussen partijen te verdelen nadeel wordt gevonden door het percentage van de omzetvermindering gevonden onder 3 te vermenigvuldigen met de resterende huurprijs gevonden onder 2. Vervolgens wordt de huurprijs verminderd met 50% van dit nadeel, tenzij uit de in art. 6:258 lid 1 BW bedoelde redelijkheid en billijkheid een andere verdeling volgt.

De huurvermindering is dan (de overeengekomen huurprijs min het gedeelte van de TVL dat aan de huur wordt toegerekend) x het percentage omzetvermindering x 50%.

N.B. De redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat wegens de bijzondere omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld de hoedanigheid van een huurder of verhuurder of de financiële positie van een der partijen, wordt afgeweken van de 50/50-verdeling van het nadeel.


Toepassingsbereik
Deze antwoorden van de Hoge Raad geven rechters die moeten oordelen over een coronageschil handvatten voor hun beslissing, maar kunnen partijen ook helpen om de huurprijs in onderling overleg aan de gewijzigde omstandigheden aan te passen. Hoewel De Hoge Raad alleen huurders van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW uitdrukkelijk noemt, ligt het voor de hand de formule ook te gebruiken voor huurders van 230a-bedrijfsruimte (‘kantoorruimte’) en onbebouwde grond, zo lang de huurder voor zijn omzet maar afhankelijk is van de komst van publiek, en hij als gevolg van de overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie niet of slechts in geringe mate gebruik heeft kunnen maken van het huurobject. Dit ‘share-the-pain’-principe kan naar mijn mening ook worden toepast bij de huur (of lease) van roerende zaken, zoals kopieermachines, auto’s, boten en vliegtuigen.


Bijzondere situaties
Hierboven bij punt 4 heb ik al aangestipt dat de redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat wegens de bijzondere omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld de hoedanigheid van een huurder of verhuurder of de financiële positie van een der partijen, wordt afgeweken van de 50/50-verdeling van het nadeel. Er zijn situaties denkbaar, waarbij deze verdeling zou leiden tot overcompensatie, bijvoorbeeld voor een huurder die zijn winkelpand niet kan gebruiken, maar online een zodanige omzet (en winst) genereert dat hij in feite geen nadeel heeft van de pandemie, terwijl zijn verhuurder van meerdere huurders minder huur ontvangt.

Wie de hele uitspraak wil lezen kan deze hier vinden. De veel uitgebreidere conclusie van A-G Wissink vindt u hier.

Dit artikel is geschreven door Dirk van den Berg, advocaat vastgoedrecht en franchiserecht en Partner bij act Fort Advocaten: een middelgrote advocatenkantoor in Amsterdam, gespecialiseerd in vastgoedrecht en ondernemingsrecht.

Bron: klik hier voor het originele artikel

Offerte

Contactformulier

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Voornaam:*

Opmerkingen:

Achternaam:*

Mail:*

Telefoonnummer:*

Bron: klik hier voor het originele artikel

Offerte

Contactformulier

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Voornaam:*

Opmerkingen:

Achternaam:*

Mail:*

Telefoonnummer:*

Bron: klik hier voor het originele artikel

Bron: klik hier voor het originele artikel

Offerte

Contactformulier

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Voornaam:*

Opmerkingen:

Achternaam:*

Mail:*

Telefoonnummer:*

Offerte

Contactformulier

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Voornaam:*

Opmerkingen:

Achternaam:*

Mail:*

Telefoonnummer:*

Bron: klik hier voor het originele artikel

Bron: klik hier voor het originele artikel

Offerte

Contactformulier

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Voornaam:*

Opmerkingen:

Achternaam:*

Mail:*

Telefoonnummer:*

Offerte

Contactformulier

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Voornaam:*

Opmerkingen:

Achternaam:*

Mail:*

Telefoonnummer:*

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

Offerte

Contactformulier

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Voornaam:*

Opmerkingen:

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

Achternaam:*

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

Copyright ©

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

Copyright ©

Copyright ©

Copyright ©

Copyright ©

Copyright ©

Copyright ©

Bron: klik hier voor het originele artikel

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Contactformulier

Offerte

Mail:*

Achternaam:*

Telefoonnummer:*

Voornaam:*

Opmerkingen:

Bron: klik hier voor het originele artikel

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

Neem vrijblijvend contact met ons op.

Contactformulier

Offerte

Mail:*

Achternaam:*

Telefoonnummer:*

Voornaam:*

Opmerkingen:

Copyright ©

Contact


Jacob Obrechtstraat 51 Unit 16

1071 KJ Amsterdam

T 020-4281017

M info@addetra.com

OK

Deze website maakt gebruik van cookies. Zie onze Privacybeleid voor meer informatie.